| afdeling JABBEKE |
| Contactadressen |
Het bestuur van Natuurpunt Jabbeke
André Allemeersch, Eernegemweg 43 8490 Snellegem
Minaraad
Eric Blauwet, Stationsstraat 16 b 8490 Jabbeke
Minaraad, Gecoro, Beheerswerken, Postbedeler
Johan en Dina Brutyn - Casier, Legeweg 44 8490 Varsenare
Beheerswerken, Postbedeler
Boudewijn De Graeve, Kapelrie 1 8490 Varsenare
Minaraad, Beheerswerken, Secretariaat
Inez De Meyer, Westmoere 46 8490 Snellegem
Bestuurslid, Verslaggeefster, Dolfijntjeswerking
Maarten DHondt, Bremstraat 24 8490 Jabbeke
Beheerswerken, Gecoro, Beleidsverantwoordelijke
Hugo Gevaert, Westmoere 55 8490 Snellegem
Redactie Nieuwsbrief, Beleidsverantwoordelijke, Postbedeler
Cyriel Maertens, Bremstraat 23 8490 Jabbeke
Minaraad, Postbedeler, Beheerswerken
Luc Valentin, Noordstraat 12 8490 Zerkegem
Penningmeester, Postbedeler
Joeri Van Bijlen, Zerkegemstraat 51 8490 Jabbeke
Beleidsverantwoordelijke, Conservator Maskobossen, Postbedeler
Jef en Annemie Vermeulen Hoornaert, Steenovenstraat 17 8490 Varsenare
Gidsbeurten, Postbedeler, Website
De natuurwerkgroep Snellegem verkent de streek. Hun waarnemingen maken ze bekend op www.mergus.be.
De afdeling is bereikbaar op het volgende adres: joeri.van.bijlen@natuurreservaten.be
Gidsbeurten kan men steeds aanvragen bij: joseph.vermeulen@sbs.be of bij Boudewijn De Graeve op het nummer 050 38 12 92
| Nieuwsbrieven |
Meer kansen voor de Kerkuil (Tyto alba) in Groot-Jabbeke (december 2000)
In samenwerking met de Gemeentelijke Minaraad wil onze plaatselijke vogelwerkgroep, de Snellegemse Natuurwerkgroep die onlangs nog de milieuprijs 2000 won een actie op touw zetten om de Jabbeekse kerkuilenpopulatie te verhogen.
Landbouwers kunnen gratis een speciale nestbak verkrijgen om in een oude schuur of hangar te plaatsen. Eerst komen leden van de werkgroep kijken en monteren nadien, indien de plaats geschikt is, zelf de nestbak.
Vandaag, 17 december 2000, reageerden al 18 landbouwers op de vraag van de Minaraad; de geboorte van een succesverhaal?
De kerkuil is een prachtige vogel. Het opvallendst is zijn plat, hartvormig gezicht. Zijn bovendelen zijn gelig bruin, bezaaid met zwarte en witte vlekken. Over zijn borst ligt een bruingele gloed. Zijn lange poten zijn wit, met wijd uitstaande tenen en imponerende klauwen.
Een echte nachtvogel:
Om zijn weg in de duisternis te vinden, bezit de Kerkuil een aantal goed ontwikkelde zintuigen. Door zijn uitstekende ogen is hij in staat om s nachts zowat honderd maal beter te zien dan de mens. Met zijn gehoor kan de Kerkuil zelfs in het pikdonker zijn prooi perfect lokaliseren. Bovendien zorgen zijn zachte en grote vleugels ervoor dat hij de prooi geruisloos kan benaderen.
Muizen als lekkernij:
De Kerkuil is een jager van open terreinen, afgezoomd met bermen, hagen, bosjes, wegbermen,
Verstandige landeigenaren of beheerders beschouwen de Kerkuil als vriend; zijn voedsel bestaat immers vooral uit muizen, aangevuld met jonge ratten, mussen, enz. In onze polders is de veldmuis het hoofdvoedsel. Een volwassen Kerkuil eet drie tot vijf muizen per nacht, wat betekent dat in het broedseizoen een familie Kerkuilen 200 muizen per week verorbert!
De prooi wordt met huid en haar opgevreten. De beenderen en het haar verteren echter niet en worden als een zwarte, langwerpige bal uitgebraakt; een braakbal.
Van ei tot uil:
De donkere, rustige nestplaats van de Kerkuil bevindt zich in boerderijen, kerken en schoorstenen. Daar legt het vrouwtje in april/mei vier tot zeven witte eieren die na een maand broeden uitkomen.
Na twee maanden heeft het donswitte uilskuiken zich ontwikkeld tot een vliegvlugge Kerkuil. Het aantal eieren en uitgevlogen jongen is sterk afhankelijk van het muizenaanbod. Is die voldoende groot dan kan er zelfs een tweede legsel volgen. Na veertien weken zoeken de ondertussen volgroeide Kerkuilen een eigen leefgebied dat meestal niet verder gelegen is dan vijftig km van de geboorteplaats.
Uil in de buurt?
Hoe kan ik nu weten dat er een Kerkuil in mijn buurt vertoeft? Allereerst zijn er de braakballen die men op de grond of op het stro kan vinden. Op de balken van de schuur zijn de witte kalkstrepen van de uitwerpselen te zien. De Kerkuil is een zwijgzame kerel, maar af en toe laat het mannetje een ijselijke kreet horen en kan men tijdens het broedseizoen het opvallend geblaas van de jongen horen.
Bedreigd, maar toch nog een toekomst?
Tot in de jaren zestig was de Kerkuil een algemene verschijning; nu broeden er nog slechts enkele paartjes. Het grootschaliger worden van de landbouw, minder broedgelegenheid door het afsluiten van kerktorens en uilegaten en het toenemende verkeer zijn de oorzaken van zijn achteruitgang.
De voornaamste doelstelling van de Snellegemse Natuurwerkgroep bestaat erin de gekende broedplaatsen veilig te stellen, zodat deze kwetsbare soort er jaren kan blijven broeden. Dit gebeurt door het informeren van de eigenaar of beheerder van het gebouw over de status en de broedgewoonten van de Kerkuil. Door het systematisch afsluiten van kerktorens en uilegaten, bleven er maar weinig traditionele broedplaatsen meer over. Enkel door het plaatsen van nestkasten kunnen wij de Kerkuil een veilige, alternatieve broedplaats, liefst met levenslange garantie, aanbieden.
Hoe langer een kerkuil in een gebied verblijft, hoe beter hij zijn terrein leert kennen, hoe groter zijn overlevingskansen worden en hoe succesvoller hij zal broeden. Educatie, sensibilisatie en het veilig stellen van potentiële broedplaatsen zal voor de werkgroep zeker in de komende jaren een prioriteit blijven!
Tot slot: nog enkele cijfers van de Kerkuilwerkgroep Vlaanderen.
Met de wijsheid dat zon 50 jaren geleden er in West-Vlaanderen minstens 200 koppels broeden elk kerkje had toen zijn eigen kerkuilenpaartje telden we in 1999 38 broedgevallen. Van die 38 zijn er 14 gecontroleerde, d.w.z. waarvan de jongen geringd of op zijn minst serieus gecheckt zijn. Verder zijn er nog 16 zekere broedgevallen we hoorden blazen van de jongen maar waarvan we het aantal jongen niet kennen. Ook hadden we 6 vermoedelijke broedgevallen, die op het moment zelf niet konden gecontroleerd worden. En om de rij af te sluiten hadden we nog twee mislukte broedgevallen.
De spreiding van onze 38 broedgevallen is als volgt: 8 koppels kwamen tot broeden in een kerk of kapel (waarvan zes in een nestkast), drie in een kasteel (ook hier één in een nestkast), verder 3 in een schouw van een woning, nog vier andere in een loods of een fabriek (met drie van de vier in een nestkast). Van de resterende vier broedde er minstens één koppel in een nestkast. Niet minder dan zestien koppeltjes vonden het op de boerderij of in de schuur, al of niet in een nestkast, best naar hun zin.
Aan die cijfers kun je het al een beetje merken: 15 van de 38 broedgevallen, of 39 %, vonden plaats in een speciaal daartoe geplaatste nestkast
De Natuurwerkgroep Snellegem.
![]()
Word automatisch lid van deze plaatselijk afdeling ...
door aan te sluiten bij NATUURPUNT vzw. 
aanvullende informatie of opmerkingen qua inhoud zendt U naar de webmaster