

De Schobbejakshoogte, gelegen in het bosgebied Ryckevelde te St-Kruis, Brugge, is een overblijfsel van een heide- en stuifzandgebied. Het beslaat 6 ha en is eigendom van het Ministerie van Landsverdediging. De legeroverheid heeft welwillend een beheerscontract gesloten met Natuurpunt. Dit laat Natuurpunt toe, door aangepaste beheersmaatregelen, het gebied te herstellen tot het oorspronkelijk milieu van de heivlinder. De heivlinder is een vrij zeldzame vlinder in Vlaanderen. Zijn verspreiding is beperkt tot droge graslanden, heidegronden en duinen. Ooit werd hij waargenomen op de Schobbejakshoogte.
![]() De hazelworm is de enige pootloze hagedis die in onze streken voorkomt. Het dier kan tot 50 cm lang worden. De kleur aan de bovenzijde varieert van brons- of koperkleurig tot een dof-goud of beige. Onder de gladde, goed op elkaar aansluitende schubben van de Hazelworm liggen beenplaten, die hun opvallende stevige verlenen. De hierdoor veroorzaakte starheid onderscheidt de Hazelworm van de veel soeplere slangen. |
Schapen hebben een historische band met heide. Schapen werden reeds van oudsher ingezet om heidegronden te begrazen en eventueel te bemesten, voor ze omgezet werden in akkerland. Vooral oudere schapenrassen waren op en top aangepast aan overleven op de mineralenarme heidevegetatie. In de vegetatie die het typisch menu voor de schapen uit-maakte komt het woord schaap trouwens vaak voor. Schapegras en Schapezuring zijn nog steeds in zwang als plantennamen.
Natuur is er voor iedereen en daarom combineert Natuurpunt de schapenbegrazing met het permanent toegankelijk houden van het terrein.
Heidereservaten bieden door hun halfnatuurlijke situatie een goed uitgangs-punt om het publiek intens te betrekken bij de beleving .Een niet te intensieve betreding vormt geen bedreiging voor de natuurwaarden. De belangrijkste educatieve doelstelling is er dan ook een van de mensen op eigen initiatief dit biotoop te laten ontdekken en beleven. Ze worden daarin geholpen door educatieve panelen bij de beide ingangen van het reservaat en een vrije toegankelijkheid in het weekend (de militaire overheid laat geen toegang tijdens de week toe). Daarnaast zijn er gemiddeld twee geleide wandelingen per jaar voorzien. Tijdens het Brugs Heidebeheerweekend in oktober van elk jaar wordt heel wat werk verzet.
Het
schapenbegrazingsproject kost geld. Vooreerst is er de investering in een meer degelijke afrastering (draad, weidepalen, vasthechtingsmateriaal,...), de aankoop van echte heide-schapen (momenteel grazen er schapen van één van onze leden) alsook jaarlijkse beheers-kosten (bijvoedering winter, veearts,...). In totaal gaat het om een investering van 5000 €. en jaarlijkse lasten van 200 € à 250 €.
Daarom lanceert Natuurpunt de actie 'Schaapjes op het droge'. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden om één of meerdere schapen te adopteren voor een zelf gekozen periode. De minimumbijdrage is 2,5 €. Dit of een hoger bedrag vermenigvuldig je naar eigen inzichten met het gewenste aantal schapen en maanden van je peterschap:
2,5 € x ...... schapen x ...... maanden = ............. fr.
Vanaf 30 €/jaar wordt een fiscaal attest afgeleverd.
JA, ik kies voor adoptie van een schaap in kader van de actie 'Schaapjes op het droge'.
Ik kies voor de formule :
SCHAPEN, MESTKEVERS EN WORMEN, OF DE EVALUATIE VAN HET BEGRAZINGSBEHEER OP HET HEIDERESERVAAT DE SCHOBBEJAKSHOOGTE IN 2000.
Door Arnout Zwaenepoel
Na enkele maanden schapenbegrazing op de Schobbejakshoogte in 1997 en 1998 werd de schapenbegrazing in 1998 en 1999 tijdelijk gestaakt om enkele praktische problemen op te lossen. Er kwam een nieuwe afsluiting, en er werd na een zwaar administratief parcours, om alle VLAREM-voorschriften naar behoren te vervullen, een toelating verkregen om een onnozel klein handpompje te mogen plaatsen, zodat het dagelijks gezeul met water achter de rug was. Eind 1999 werden 6 schapen, 5 ooien en een ram, en vier vrouwelijke dwerggeiten en een bokje opnieuw in het reservaat geplaatst. Met een ongeveer even talrijk nageslacht liepen deze zomer dus zon 20 dieren hun graaswerk te doen. Geiten en schapen voerden hun beheerswerk zo voortreffelijk uit dat we op de jaarlijkse beheersdag in november amper nog Amerikaanse vogelkers moesten kappen, daar de dieren de jonge scheuten systematisch snoeiden tot nog amper 20 cm hoogte. Ook de bramen zijn aanzienlijk teruggedrongen. Vooral het einde van de Amerikaanse vogelkers-problematiek betekent de kroon op het werk van tien jaar hardnekkige werkdagen tegen deze lastige soort, waarbij we met enige trots kunnen vermelden, dat we hiervoor, met uitzondering van één kleinschalig experiment op enkele stammetjes, geen gifspuit nodig hebben gehad. Verder kenden een aantal typische soorten van heide, heischraal grasland en stuifzand een spectaculaire uitbreiding. Meest in het oog springend waren de duizenden Dwergviltkruidjes, waardoor de populatie momenteel vermoedelijk de grootste van Vlaanderen mag genoemd worden. Niet minder aangenaam verrassend was dat op tientallen plaatsen Klein tasjeskruid waargenomen werd, terwijl dat plantje de laatste twintig jaar nog slechts met enkele exemplaren op één enkele plaats gezien werd. Verder waren ook Tandjesgras, Buntgras, Vogelpootje, Zandblauwtje, Kleine leeuwentand, Paashaver, Hazepootje, Zandhaarmos en Ruig haarmos in ongewoon goeie doen, overduidelijk ten gevolge van de begrazing, die forsere, banalere concurrenten uitschakelde en zo de kleintjes uitbreidingsgelegenheid bood. Ook de oude verhoutte Struikhei profiteerde van een fikse verjonging, doordat de afgeknabbelde oude toppen vervangen werden door frisse jonge scheutjes. Iets meer zorgen baart ons de Brem die vooral in momenten van schaarste een noodrantsoen vormt voor zowel geiten als schapen. Vooral de eerste toonden zich liefhebbers van houtige toestanden, terwijl de schapen toch een voorkeur vertonen voor de wat sappiger grassen en kruiden. Het blijft uitkijken dat we het aantal geiten en schapen niet te hoog laten worden. Daartoe werden in november een aantal dieren verkocht, zodat we de winter in konden gaan met de drie gezondste jonge ooien en evenveel geiten.
Uiteraard waren we naast de effecten van de begrazing op de wilde fauna en flora ook erg benieuwd hoe het met de gezondheid van onze grazers zou gaan. Geen enkel dier werd dit jaar nog door een hond gebeten en geen enkel dier vertoonde ernstige sporen van ziekte. Dit ondanks nauwelijks bijvoederen en een volledige afwezigheid van geneesmiddelen. Een evaluatie toonde echter wel aan dat we de dieren couranter op hoefrot moeten nazien en dat zonder ontwormingsmiddelen de dieren na één jaar tamelijk zwaar door wormen besmet waren. Bij dit laatste stelde zich een belangrijk probleem in verband met de wilde-fauna van het reservaat. Frequent gebruik van ontwormingsmiddelen leidde in Vlaanderen tot een gigantische achteruitgang van mestkevers en tegelijk van een aantal dieren die zich voeden met deze diertjes, namelijk een aantal vleermuissoorten. Zowel van de eerste als de laatste groep bevinden zich in het reservaat interessante soorten. De mestkever Typhoeus typhoeus is een spectaculair beest door de drie grote hoorns waarmee de mannetjes prijken. Van de boven het reservaat waargenomen vleermuizen is de Laatvlieger in het bijzonder geïnteresseerd in mestkevers als prooi. Om de kool en de geit (t is te zeggen de mestkevers en talrijke andere ongewervelden, maar ook de vleermuizen, de geiten en de schapen) te sparen, werden de dieren in het begin van de winter degelijk ontwormd op een klein weitje. Op dat moment beginnen de bewuste mestkevers hun winterslaap en door de afzondering in het kleine weitje komt er geen met anti-wormmiddelen besmette mest in het reservaat terecht. (De wormmiddelen kunnen immers nog tot 100 dagen nawerking vertonen in de mest van de eerste vijf dagen na ontworming). Dit lijkt een nogal scabreus verhaal, maar het wil wijzen op een door de meeste conservators momenteel nog onderschat neveneffect van begrazing met huisdieren in natuurreservaten. Het heeft weinig zin massas energie in vleermuizenkelders te stoppen, als we vlak daarnaast onze schaapjes op de klassieke manier een gezondheidsoplapping geven !
Na dit weinig zinnenstrelend intermezzo nog eventjes vermelden dat we ons dit jaar ook mochten verheugen in een aantal nieuwkomers in het reservaat. De sprinkhanen Zuidelijk spitskopje, Bruine sprinkhaan en Struiksprinkhaan werden voor het eerst waargenomen.Ook een 20-tal nieuwe nachtvlinders werden aan de reeds meer dan 150 soorten tellende lijst toegevoegd. De soort Lycophotia porphyrea is de meest in het oog springende voor het reservaat, daar de rups van Struikhei afhankelijk is. De andere soorten zijn ofwel veel minder kieskeurig, ofwel zijn hun rupsen gespecialiseerd in planten die ook buiten het reservaat voorkomen. Nog een leuke waarneming was de Grote glimworm, die in Rijkevelde vooral gekend is van de onmiddelijke omgeving van het kasteel van Rijkevelde, waar de Rhododendrons rond het kasteel s zomers schitterend geheimzinnig verlicht zijn door deze mini-lantaarntjes. De Zwervende pantserjuffer is geen nieuwkomer, maar deze soort werd wel voor het eerst ei-afzettend waargenomen in het reservaat, een fenomeen dat in Vlaanderen nog maar enkele jaren bekend is. Al deze nieuwkomers maken dat het aantal waargenomen plantjes en beestjes in de Schobbejakshoogte sinds dit jaar de 600 overschrijdt !
| oppervlakte: | 6 ha in huur van de Militaire Overheid |
|---|---|
| conservators: | Arnout Zwaenepoel, 050/82 26 97 Filip Roos, 050/37 76 01 |
| startdatum: | 1992 |
| aard: | landduinen en heiderelicten |
| ligging: | in het bosgebied Ryckevelde ten zuidoosten van St-Kruis, nabij Engelendale |
| toegang: | slechts toegankelijk tijdens weekend en tijdens geleide wandelingen. De militaire overheid laat geen toegang tijdens de week toe. |
| U kunt dit project steunen door een storting op rekeningnummer 293-0212075-88 van Natuurpunt vzw, met vermelding "projectnr.
5528" Vanaf € 30,00 ontvang je een fiscaal attest. |
vorig reservaat ![]() |
volgend reservaat |
|---|
aanvullende informatie of opmerkingen qua inhoud zendt U naar de webmaster