De IJzer is de enige stroom in ons land die ook in ons land in zee uitmondt. De eigenlijke monding (thans havengeul) is over een afstand van + 3 km nog dagelijks onder de rechtstreekse invloed van de getijden.
In het begin van de 11e eeuw was de streek rond Nieuwpoort een groot krekengebied. Vanaf de 12e eeuw begon men dijken aan te leggen in het IJzerestuarium. De indijking was een feit omstreeks 1300. Er restte op de rechteroever van de stroom slechts een klein slikke- en schorrengebied dat omstreeks onze eeuwwisseling nog een 60 à 70 ha groot was. Vanaf het begin van de 20e eeuw werd deze oppervlakte nog gereduceerd door verschillende menselijke ingrepen. In het gebied werden ondermeer oesterputten aangelegd en een golfterrein, er werd klei afgegraven voor dijkversterking en tijdens wereldoorlog II werden graszoden uitgestoken voor camouflagedoeleinden. Nadien werd er een militaire haven geïnstalleerd. Op een relatief grote oppervlakte werd baggerslib uit de vaargeul opgespoten en ook voor de aanleg van de nieuwe jachthaven werden uitgebreide opspuitingen uitgevoerd.
Momenteel bestaat het eigenlijke natuurreservaat nog uit ongeveer 50 ha ecologisch waardevolle gebieden, waaronder zowat 6 ha slikken en 4 ha schorren. Het gebied is eigendom van de Vlaamse Overheid. De slikken en schorren (inbegrepen de kreek van Lombardsijde) en het kleine opgespoten terrein in het Noorden, worden beheerd door Natuurpunt vzw . Het reservaat is alleen toegankelijk tijdens geleide wandelingen.
Een gebied met een specifiek karakter
Een groot aantal variabele milieufactoren bepalen de zeer specifieke flora en fauna van de IJzermonding: de getijdenwerking, de zoutzoet tegenstelling (IJzer/Noordzee), de grote temperatuurverschillen tussen winter en zomer,...
Op de slikken vinden we als vegetatie hoofdzakelijk het Engels slijkgras en de Zeekraal terug. De eerste soort weerstaat goed de sterke stroming bij hoogtij; de tweede verdraagt zeer goed een volledige onderdompeling. Iets hoger tegen de schorrerand vinden we het Schorrezoutgras en de Zeeweegbree. Kreekjes en poeltjes in de schorre bieden onderkomen aan het Kwelder gras, het Melkkruid en de Gewone zoutmelde.
Op de rand van het schorreklif, in de spatzone groeit de Zeealsem. Verder landinwaarts is de laatste jaren de Strandkweek zeer dominant geworden en schakelt zo vele andere soorten uit. Soorten die door deze agressieve grassoort bedreigd worden zijn ondermeer de Lamsoor en de Zulte of Zeeaster.
Aan de voet van de dijk, in het vloedmerk vinden we ondermeer de Strandmelde, de Spiesbladmelde, de Zeeraket en de Strandbiet. Deze laatste komt ook voor, hoger tegen de dijken. Hoewel deze dijken hoofdzakelijk gekenmerkt worden door een ruderale vegetatie, vinden we er toch ook de Wegdistel, de Wilde kaardebol en het Sofiekruid.
Op het stukje oude duinen in het Noordwesten aan de grens met het militair domein ontdekken we de Wilde reseda, de Zeezuring, het Klein streepzaad, het Smal vlieszaad, het Fraai duizendguldenkruid en het Kruipend stalkruid.
Een bijzondere eigenschap van slikken is de zeer grote rijkdom aan bodemleven. Onderzoeken wijzen uit dat men per vierkante meter al vlug 20 à 30.000 levende organismen terugvindt. Een opmerkelijke verzameling van verschillende diergroepen als kreeftachtigen, slakken, tweekleppigen en wormen bewonen dit slijkerig milieu.
Het is dan ook geen wonder dat bij laag tij het slik bevolkt wordt door talrijke waadvogels van allerlei pluimage die er hun kostje bijeen scharrelen. Ze gebruiken hierbij hun snavel als werkinstrument. We kunnen ze in twee grote groepen indelen. Deze met een relatief korte snavel en grote scherpe ogen die hun prooi ontdekken op zicht, op of juist onder het slik oppervlak. Andere, bezitters van een langere slanke snavel met vooraan een zeer verfijnd tastorgaan, boren diep in het slijk op zoek naar wat eetbaars. Door het verschil in snavellengte tussen de soorten worden de prooien verdeeld volgens de diepte waarop ze vertoeven.

De IJzermonding is niet alleen als voedselgebied belangrijk. Het is voor vogels een belangrijke hoogwatervluchtplaats van onze kust. Enkele soorten steltlopers zoeken tijdens laag water ook hun voedsel op het strand en vormen per soort grote groepen om bij hoog water op de schorre, in de oude marinebasis of op de opgespoten terreinen uit te rusten, in afwachting van de volgende etenstijd.
Gebieden als de IJzermonding zijn dan ook zeer belangrijke tussenstations op de trekroute van vele waadvogels van hun broedgebieden naar de winterkwartieren en omgekeerd. Van doortrekkende pleisteraars vermelden we ondermeer de Bontbekplevier en de Strandplevier. Een aantal soorten bezoeken het reservaat niet alleen als doortrekker, maar ook als overwinteraars. Voorbeelden daarvan zijn de Bonte strandloper, de Steenloper, de Tureluur, de Scholekster en de Zilverplevier. Strandgebonden soorten zoals de Drieteenstrandloper en de Paarse strandloper zoeken bij storm of springtij het reservaat of de oude marinebasis op als hoogwatervluchtplaats.
Verder vinden we hier in het najaar, de winter en het voorjaar regelmatig kleinere aantallen Rosse grutto, Witgatje, de Oeverloper, de Krombekstrandloper, Zwarte ruiter, Groenpoot ruiter, Kleine strandloper, Kemphaan en Kanoetstrandloper.
Verschillende koppels Scholekster en Kievit hebben het natuurreservaat uitgekozen als broedgebied.
In het najaar en de winter kunnen ook interessante soorten zangvogels waargenomen worden. De grote zaadproductie van de schorrenplanten vormt een goede voedselbron voor ondermeer Kneu, Frater en Sneeuwgors. Een regelmatige bezoeker van de schorre is ook de Oeverpieper.
KOMT DE ZEEHOND TERUG ?
In de jaren vijftig was de Gewone zeehond nog een normale verschijning aan de Belgische kust. Tot het begin van de eeuw bevond zich nog een kolonie op de 'Paardenmarkt' een zandbank voor Knokke die later is weggespoeld, en op 'de Oever', een zandbank ter hoogte van Oostduinkerke. Op deze laatste waren nog tot in de jaren vijftig kleine groepjes aanwezig. Het waren kleine randpopulaties van de Zeeuwse populaties die in 1955 nog 800 dieren telde, waarvan 150 op de Westerschelde. Jacht en watervervuiling waren de oorzaken van het volledig verdwijnen van de Zeeuwse zeehonden tegen het begin van de zeventiger jaren.
Ook in Frankrijk bevond zich tot in de dertiger jaren een kleine kolonie aan de monding van de Somme, maar die verdween door overbejaging.
Gewone zeehonden die nu aan de Belgische kust worden waargenomen zijn meestal jonge, zwervende dieren. Waarnemingen van gemerkte exemplaren toonden aan dat ze meestal afkomstig zijn van de Baai van Wash (Engelse Oostkust) of van de Waddenzee. In de jaren zestig en zeventig waren er gemiddeld een vijftal waarnemingen per jaar. Mogelijk waren er wel meer aanwezig, maar werd daar toen minder aandacht aan gegeven. Vanaf 1987 steeg het aantal tot 12 -14 per jaar. De laatste jaren overwinteren er enkele exemplaren.
Zeehonden stellen hoge eisen aan hun leefomgeving. Een goede waterkwaliteit en voldoende rust(-plaatsen) zijn hiervan de voornaamste. De laatste jaren zitten er terug kleine concentraties Zeehonden aan de Oosterschelde en aan de Somme monding. Indien de milieukwaliteit langs de Belgische kust ernstig verbeterd en op voorwaarde dat er voldoende rustplaat sen gecreëerd worden (o.m. een degelijke strandrustplaats), is het niet denkbeeldig dat de Zeehond in de (nabije) toekomst zich terug langs onze kust gaat vestigen. De Westkust heeft hiervoor de grootste troeven door de aanwezigheid van de 'Vlaamse Banken' (voedselaanbod) en de IJzermonding (rust).
Een Plan Zeehond
Om de Zeehond opnieuw aan onze kust te laten overleven heeft Natuurpunt vzw een "Plan Zeehond" uitgewerkt.
De Vlaamse Gemeenschap heeft voor de IJzermonding op basis van het Plan Zeehond een natuurherstelplan uitgewerkt dat de komende jaren zal worden uitgevoerd.
Een eerste fase is reeds voltooid, namelijk de afbraak van de gebouwen van de gewezen marine basis.
| oppervlakte: | 20 ha in concessie van de Administratie Waterinfrastructuur en Zeewezen |
|---|---|
| conservator: | Walter Wackenier, 058/51 62 06, 0476/87 70 93, walter.wackenier@pi.be. |
| startdatum: | 1961 |
| aard: | Zoutwaterschor |
| bescherming: | Beschermd landschap/EG-Vogelrichtlijngebied/Ramsar-gebied |
| ligging: | Rechter IJzeroever te Nieuwpoort, langs de weg Nieuwpoort-Oostende |
| toegang: | toegankelijk tijdens geleide wandelingen |
Bezoek ook de website http://www.natuurpunt.be/westkust
vorig reservaat ![]() |
volgend reservaat |
|---|
aanvullende informatie of opmerkingen qua inhoud zendt U naar de webmaster