| Frankrijk, 2001 - Regie: Claude Lanzmann Met Yehuda Lerner |
|
|---|---|
![]() |
In 1985 draaide Lanzmann de legendarische negen uur durende documentaire Shoah over de systematische uitroeiing van de Joden door de Nazis. Wegens de lengte van die documentaire verkoos hij één episode in Shoah niet te behandelen en afzonderlijk uit te brengen: de enige geslaagde opstand van de Joden tegen hun beulen. De kroongetuige van deze uitzonderlijke gebeurtenis is Yehuda Lerner, die Lanzmann in Jeruzalem opzoekt. Zestien jaar oud was hij toen hij uit het getto van Warschau naar een concentratiekamp gevoerd werd. Tot achtmaal toe ontsnapte hij maar kwam tenslotte in Sobibor terecht, een vernietigingskamp. Daar werd in amper zes weken tijd een opstand opgezet, die lukte "dank zij de stiptheid van de SS'ers en de snelheid van de uitvoerders", zo merkt Lerner fijntjes op. Het beeldmateriaal bestaat uit archiefbeelden van de begrafenis van de SS-officieren, opnames ter plaatse en het interview in Jeruzalem. Wie bij het zien van films over de concentratiekampen, onlangs nog The Pianist van Polanski, de vraag stelde of de Joden zich als makke schapen naar de slachtbank lieten leiden, krijgt in deze boeiende prent een antwoord. 95' Jules Seghers in Film en Televisie nr. 520 |